Slaap vriendje slaap

Volgend weekend komen boezemvrienden van ons op bezoek. Hij (‘xx’) is een BV die ik een kwarteeuw geleden leerde kennen toen ik een beker cola op zijn zilverkleurige maatpak morste. Haar (‘yy’) ken je ook. Wij hebben al samen gereisd. Dit is onze correspondentie van vanmorgen.

From: Siffer, Thomas

Sent: zaterdag 4 mei 2013 9:48


To: xx en yy

Subject: Slaap vriendje slaap

Dag xx en yy, (en ik richt me bij deze vooral tot xx),

De hartslag van Els en mezelf gaat elke dag sneller nu de dag dichterbij komt dat jullie ons met een bezoek vereren. Dat heeft niet alleen te maken met onze zeer blijde verwachting, maar ook een beetje met… onze zorgen.

Wij hebben onthouden dat xx in zijn jeugdige enthousiasme gezegd heeft dat ‘de helft van het plezier is dat we in jullie huis mogen slapen’. Dat klopt. Voor iedereen. En zeker voor ons. 

Maar ik herinner me faxen die xx naar hotels stuurde met daarin allerhande eisen waaraan managers moesten voldoen om hun ontslag te vermijden. De bar moest sluiten na het aperitief, de stofzuigers mochten pas aan na de middag, rond jullie kamer diende een perimeter van stilte te worden aangelegd. Liften werden geblokkeerd, receptionistes ruilden hun hoge hakken voor pantoffels, op marmeren vloeren werden geluidsdempende tapijten gelegd, gasten wachtten stil op hun kamer tot xx ontbeten had - televisie kijken konden ze niet want die waren tijdelijk in een stapelruimte opgeborgen.

Hier zullen jullie slapen op een luchtmatras. Een luchtmatras van de allerhoogste kwaliteit weliswaar, een luchtmatras met een dikte van een halve meter, een luchtmatras waar ministers en wereldkunstenaars op geslapen hebben. Met kraaknette lakens en een fris gelucht dekbed en zachte kussens met pasgewassen slopen. Maar wel: een luchtmatras.

Bovendien zal die luchtmatras liggen in wat ook ‘de woonkamer’ wordt genoemd. Voor al onze gasten totnutoe was dat heerlijk. ‘s Ochtends priemt de opkomende zon door de rieten zonneweringen, door de glazen deur zien ze bij het wakker worden onze hond hen aankijken, ‘s nachts is de keuken voor een glas water en de badkamer voor een plas water twee stappen ver. De perfectie nabij. Maar – dat weet heel Vlaanderen – voor xx is de perfectie niet genoeg.

Els zegt ‘Schrijf dat ze ook in de boomtent kunnen slapen als ze dat willen. Dubbele matras, dekbed, vier meter hoog tussen de takken van een eeuwenoude olijfboom: de droom van de hele wereldbevolking.’ Maar ik zeg ‘Zie je xx al in zijn pyjama op die ladder kruipen?’ 

Kortom. Wees welkom! Hoera! Maar weet dat wij niet de New York Plaza hebben gekocht, maar een simpel boerenstulpje. (En dat wij, bang van de dreigende komst van de bouwpolitie, onze enige echte slaapkamer in een schuur hebben veranderd.)

Kus!

Thomas

——-

On 04/05/13 09:56, “yy” wrote:

Het wordt zo spannend, ook om xx grenzen te laten verkennen/ hopelijk verleggen. We kijken er echt naar uit! En xx is vrij ontspannen tegenwoordig:-).

Kusjes!

——-

On 04/05/13 09.59, Thomas Siffer wrote:

Als tegenwoordig ‘grenzen verkennen’ ook al inhoudt ‘op een luchtmatras slapen’, dan zijn er geen grenzen meer. Ik bedoel, straks gaan we in onze handen klappen als iemand een potje yoghurt eet. Alhoewel. Nu ik eraan denk. Waar is de tijd dat we in onze handen klapten omdat xx een potje yoghurt at?

——-

On 04/05/13 10.04, “xx” wrote: 

Dag Thomas,

Erg hard moeten lachen met je bericht. Enfin, vooral yy dan.

Je beschrijving is amper overdreven maar ik zie mijn verblijf bij jullie toch vooral als een eerste psychologische en fysieke test voor een mogelijke deelname aan ‘Expeditie Robinson’. Ik zal dus in principe mentaal voorbereid zijn op de ontberingen van het verpauperde en door aan lager wal geraakte Europese bohemers ingenomen Italiaanse platteland. Geen zorg, dus.

En we beslissen de avond zelf wel of het de boomhut dan wel de vloer van de living wordt.

Uiteraard hebben we geen auto gehuurd omdat we er sowieso van uitgingen dat jij en Els het hele weekend tot onze beschikking staan.

Eerlijk waar : we kijken er heel erg naar uit.

Warme groet,

xx

Eén uur

 ° Ik kom thuis. Mijn echtgenote zingt in de keuken ontroerd mee met Benny Neyman die L’été Indien van Joe Dassin aan het verkrachten is. Dat is het dubbel ondraaglijke resultaat van die keer dat ik een mail stuurde naar onze huwelijksgasten: ‘Wij willen geen cadeau. Breng gewoon een elpee mee.’ Sindsdien plukken wij blind, en wat op de pick-up belandt beluisteren we hardnekkig. De laatste drie? Bob Dylan at Budokan,  Also sprach Zarathustra van Strauss en nu Grenzeloos van Benny Neyman.

image

° Ik ben daarnet in het dorp een flesje bier gaan drinken na het maaien van een halve hectare hoogstaand gras. Met valavond stroomt het hele gehucht samen in en rond het winkeltje. Iedereen graait zelf zijn fles bier uit de koelkast. De flessenopener hangt aan een touwtje aan de toog. De klanten moeten zelf hun verbruik bijhouden.

° De priester klampte me aan omdat hij me twee hectaren olijfbomen wil verkopen. Hij heeft een plak vettig haar op zijn hoofd liggen, kijkt door een beduimelde bril, en droeg vandaag een grijs maatpak met broekspijpen waarin nog de witte vochtranden te zien waren van die keer dat zijn pijpen echt zeiknat moeten geweest zijn. En hij vraagt te veel.

° Salvatore, de lawaaimaker van ons gehucht, vroeg me een euro zodat hij mij een pils kon trakteren om zich te verontschuldigen. Daarna schudde hij een heleboel excuses uit zijn te strakke voetbalbroekje waarom hij vandaag mijn waterput niet is komen afwerken.

image

Morgen - ‘Morgenòchtend! Morgenochtend vroég!’ - gaat hij om het goed te maken niet alleen die klus klaren maar bovendien het hele irrigatiesysteem van mijn moestuin herleggen. ‘Gratis! Omdat je meer bent dan een vriend! Jij bent mijn broer!’ Hij tekende op de toog op een papiertje hoe mijn buizen moeten liggen en dat ik alles verkeerd heb gedaan. ‘Hier moet er een kraantje, en hier! En dan moet je die buizen zo verbinden! Niet zo! Zo!’

° Op dezelfde toog van hetzelfde winkeltje hielp ik intussen het huiswerk Engels van Anthony maken terwijl die simultaan bier en chips verkocht, kaas vermaalde en telefoneerde met zijn vriend over welk cadeau ze voor een vriendin zouden kopen.

image

° Tezelfdertijd won Tonino op de bak voor het bier met kaarten vier eieren van Kinder Surprise, eieren die hij na het spel gewoon weer bij de andere legde, maar wel liet betalen door de verliezer.

image

° Dezelfde Tonino verplichtte me vervolgens buiten een foto te maken met de meest schurftige kat die ooit op de wereld heeft rondgelopen omdat hij aan mijn nichtje dat laatst op bezoek was (en dat zowel op die kat als op Tonino verliefd is geworden) wil bewijzen dat dat miezerige beest nog leeft.

image

° Waarna Pino, toen ik tussen de bak met bier en het rek met chips naar een filmpje van schaduwdansers moest komen kijken van Angelo, in mijn oren kwam roepen DAT HIJ NIET MEER DEPRESSIEF IS! DAT ZIJN DEPRESSIE VOORBIJ IS! THOMAS! MARIA HEEFT MIJ GERED!

° Toen kwam iemand binnen die me anderhalve hectare olijfboomgaard wilde verkopen. Intussen was Tonino mee het huiswerk van Anthony aan het maken terwijl die nochtans geen woord Engels spreekt. Waarna Salvatore geld wisselde omdat hij weer verloren had met het kaarten en omdat eieren van Kinder Surprise - de gokchips van ons dorp - duur zijn. Tenslotte heb ik het huiswerk van Anthony in mijn eentje afgewerkt en toen ben ik naar huis gegaan.

° Waar Els en Benny aan het zingen waren. Zij was met de hond gaan wandelen en had ergens op een veld een grote zak erwten en een handvol wilde asperges gekregen van een boer die ze voordien nog nooit had gezien.

Boeren en bondage

Misschien moet ik Els vragen of ze mij een leiband wil omdoen. Mij vastleggen aan een paaltje dat ze in de grond heeft geslagen. Nu en dan een stukje met me gaan wandelen in onze tuin, als ik lang genoeg rustig ben geweest.

Neen, onze amoureuze escapades hebben geen bijzondere specerijen nodig. Naaisters van latexpakjes hoeven me nog niet te mailen. Het is dat ik van de ene verslaving in de andere sukkel en dat ik tegen mijn eigen zwakte beschermd moet worden. Me in een kooi laten opsluiten leek me wat radicaal. Een leiband dus.

Welke roes heb ik de laatste tijd niet opgezocht? Ik was klaar om me in een kuip olijfolie te gooien, zo high werd ik van het produceren en het proeven ervan. Ik werd zo verliefd op een straathond dat Els me psychologisch getinte vragen begint te stellen over de affectie die ik die teef geef. Daar waar alleen slangen komen zocht ik koortsachtig naar wilde asperges alsof het stengels puur goud waren. Dan weer waadde ik voor zonsopgang met mijn maat en met een mes in een koudvochtig artisjokkenveld tot ik doorweekt was van geluk.

image

Ik struikel van obsessie naar obsessie. Want de natuur, die wrede dealer, stopt elke keer met leveren dus kick ik meestal vanzelf af. (Wat de hond betreft, daar eist Els intussen evenveel gestreeld te worden als dat beest. Dat wordt dus te uitputtend om nog lang vol te houden.)

image

En nu moet ik dus aan een paaltje vastgebonden worden. Want ik wil om de vier minuten gaan kijken of mijn plantjes al gegroeid zijn.

Hallo. Ik ben Thomas. En ik ben verslaafd aan stekjes.

image

Angelo is een lap van mijn grasveld met zijn motorische handploeg komen omwoelen.

image

Een paar dagen later toeterde de broer van Giovanni met zijn tractor aan de keukendeur om te vragen welk stuk land dat was dat hij moest komen ploegen.

image

Vervolgens strooide ik daar met blote hand een zak meeuwenkak op die Els had gekocht. Toen installeerde ik met Vincznzo een irrigatiesysteem waar een specialist in het leggen van vloerverwarming bewonderend voor zou fluiten. Met kraantjes en al.

image

(Ik ben een sociale verslaafde. Dat merk je.)

En vandaag trotseerde ik de vloeken van Els en de aanvallen van honderdmiljoen muggen om voor dag en dauw uit onze boomtent te klauteren en gehurkt, gebukt en geknield mijn stekjes aan de koude aarde toe te vertrouwen. Ik moest het opkomen van de zon voor zijn, anders werd het voor mijn nieuwe drugs te warm om verpot te worden van hun piepschuimen couveuse naar het grote boze veld.

image

Ik heb een vouwmeter gebruikt. Zestig centimeter tussen de courgettes - die onbarmhartige planten die me vorig jaar zoveel leed hebben berokkend. Dertig voor de snijbiet. Sla, vijftien. Mijn veld werd een mathematisch wonder, een kunstwerk van Mondriaan.

Tot Vincenzo, de rastaboer, mij kwam helpen.

Plof, plof, plof. Hij bombardeerde mijn tomaten quasi lukraak in de grond. Tsjak, tsjjak, tsjak. De aubergines. ‘Het steekt niet zo nauw’, hijgde hij, ‘het is geen exacte wetenschap.’ Hup, daar gingen de pepers. En baf, zestig uienstekjes.

image

Vincenzo rechtte zijn rug, veegde het zweet van zijn voorhoofd, keek achterom naar mijn veld, dan naar mijn verblufte gezicht en trok toen zijn mondhoeken bewonderend naar beneden als om te zeggen ‘Niet slecht. Niet slecht.’

Op dat moment kwam Els van de ladder uit onze boomtent geklommen. Traag. Erg traag. Door haar dunne nachtkleedje scheen de opgaande zon in detail haar meest intieme delen uit.

Een tweede keer trok Vincenzo zijn mondhoeken naar beneden. Hij zei:

‘Nu kan ik wel een espresso gebruiken.’

Snoeien om te groeien

Omdat de marktprijs historisch hoog lag zijn de boeren langer dan normaal de laatste olijven van hun velden blijven schrapen. Maar nu is het echt gedaan. Wat nog onder de bomen ligt is de moeite van het vegen niet meer waard.

Als je wil dat olijfbomen enthousiast blijven produceren, moet je ze om de vier à zes jaar ferm laten bijknippen. De coöperatieve van ons dorp verzamelt daar een team voor dat als een zwerm spreeuwen in de bomen vliegt en als een plaag sprinkhanen de kruinen kaal plukt. 

Het ziet er als een epileptische aanval van hysterische coiffeurs uit, maar het is een ballet dat discipline vergt. De choreograaf is een oude man die leunend op een stok orders geeft. Hier die dikke tak weg, wijst hij dan. En daar dat twijgje laten staan, want dat ziet er veelbelovend uit.

In ieder geval. De snoeiers beginnen er vroeg aan. Zodat je een meter hoog uit je bed schrikt want horen en zien vergaat als ze hun zaagmachines in gang trekken.

image

Aan een razend tempo gaan ze te werk. Het gejank van hun kettingzagen klinkt als de start van een motorcross.

image

De lange houten ladders, met sporten die ver uit elkaar staan omdat ze er hun knieën onder haken, dragen ze zo.

image

image

image

Het secure werk doen de mannen met zaagjes die een handvat hebben dat ze over hun ladder kunnen haken.

image

En zo ziet de majestueuze boom waaronder het orkestje van ons trouwfeest speelde er uit na de Voor & Na.

image

image

Later zal een ander team het bruikbare brandhout uit de bergen snoeihout zagen. Hun gage = het brandhout.

Waarna een tractor alle overgebleven takken op grote bergen hoopt. En dan wordt de boel bij nacht in brand gestoken. 

image

Toen Dante op het idee kwam om het Inferno te beschrijven, hadden ze waarschijnlijk net de olijfbomen in zijn hof gesnoeid.

Carciofi

Het is altijd een sluimerende verslaving geweest. Sinds ik iets intiems heb meegemaakt met een blonde Duitse en een paar Italiaanse artisjokken, hebben zij mij altijd kunnen krijgen. Die artisjokken, bedoel ik. Maar de laatste weken is het uit de hand gelopen. Ik zit in een artisjokkentrip.

image

Het is misschien omdat ik een zenuwslopende bevalling van nabij heb meegemaakt. Mijn maat Vincenzo had voor het eerst een oud ras geplant. Al zijn spaargeld zat in tweeduizend Brindisini-stekjes. Terwijl geen boer die taaie soort nog een kans geeft. Oké, het zijn de beste artisjokken. Legendarisch lekker. En de marktprijs is excellent. Maar zo’n moeilijke soort! Zo wispelturig!

En het zag er inderdaad lange tijd slecht uit. Alle concurrenten in de wijde omtrek waren al maanden aan het oogsten toen Vincenzo’s planten maar bleven groeien, groeien en groeien. Tot aan zijn borstkast, zo hoog stonden ze. Maar er kwam niet één artisjok aan. Niet één.

image

‘Ze houden zich in om te ontploffen’, lachte mijn maat onzeker toen we door zijn zee van vruchteloos groen waadden. Een ramp dreigde. Maar hij bleef hardnekkig weigeren ook maar één druppel chemische troep te gebruiken.

En vorige week is zijn veld inderdaad ontploft. Terwijl de marktkramers in de streek tien artisjokken tegen een euro trachten te slijten omdat de markt al lang overspoeld is met tweede keus, oogst mijn vriend plotseling duizenden topstuks per dag. En hij verkoopt ze tegen een navenante prijs. Want zijn artisjokken zijn de beste van de hak van de laars.

image

Ik zeg dat niet zelf, het is Belina die dat doet, en zij is niet alleen de zus van Giovanni - moge hij in het hiernamaals goedkeurend knikken omdat zijn familie ons adopteert - maar ook de beste kokkin van alle dorpen in de buurt. Zij is hier bij ons thuis een stuk of acht gerechten met artisjokken komen klaarmaken voor een productie in De Standaard Magazine.

image

image

Beste mensen. Luister. Ik ga iets ernstig zeggen. Laat je nooit iets door die Belina voorschotelen. Met haar eten neemt ze je in haar macht. Je gaat eraan ten onder. Je wil meer, en meer, en meer. Ik denk dat gebruikers van heroïne hetzelfde voelen na hun eerste shot.

image

Carciofi crudi

image

Frittata di carciofi

image

Carciofi nell’ olio

image

Carciofi fritti

image

Carciofi ripieni

image

Brodo di carciofi

Als een junk die naar Afghanistan reist om er papavers te plukken, stond ik vanmorgen vroeg op het artisjokkenveld van Vincenzo met een mes in mijn hand.

Artisjokken oogsten is een kunst. Er groeien meerdere bloemen aan elke plant en de kans is groot dat je niet alleen een mooie artisjok afsnijdt, maar ook bloemen in de knop kapot maakt.

image

En toen kwam de zon op. Ik was doorweekt van voor dag en dauw door natte platen te ploegen. Vincenzo en ik hadden al een paar honderd artisjokken geoogst. 

image

En toen kwam dus de zon op. En opeens was het klaar en helder voor me, daar op dat koudvochtige veld.

image

Ik stapte naar Vincenzo, deed teken dat hij zijn koptelefoontjes uit zijn oren moest halen, en zei: ‘Dit is het.’ 

image

Hij knikte. Hij glimlachte. En hij zei ‘Lo so.’

‘Ik weet het.’