Intermezzo Italiano

Scroll to Top

Wij zijn veilig

Els en ik hebben een privé bewakingsdienst. Zodra het alarm in ons huis afgaat schiet La Pantera ons ter hulp in de strijd tegen het kwaad. Nu ja. Mochten de dieven, na het rustig inladen van elk meubel en het sorteren in hun koffer van onze messen en vorken, mochten ze dan nog bezig zijn met de verf van onze muren te krabben, dan zou La Pantera op tijd aankomen om in te grijpen.

Laatst liet ik een keer ons alarm afgaan, als test. Ik was, echt oprecht waar, die test al vergeten toen ik in de verte een auto hoorde toeteren. Kun je lichte paniek herkennen in de manier van toeteren? Onze beveiligingsfirma was ons komen redden via een straat met een hek en het hek was dicht. Onze redders waren gestrand. Dju toch.

Toen ze hier eindelijk geraakten klokten ze mooi af op drie kwartier.

Maar La Pantera steekt wel netjes papiertjes tussen onze deur om te tonen dat ze heus geregeld langskomen. En er hangt een sticker van een zwarte panter op onze poort die stoute mensen zeker en vast de stuipen op het lijf jaagt.

Mmm, de bedoeling is dus wel dat die aan dat verroest stuk paal blijft hangen. Wacht, ik toon zo’n papiertje waarvan ik er altijd overal in mijn tuin gewaaid vind.

Bemerk de panter, maar let vooral op de pientere agent. Ik kom daar op terug.

Er zijn twee redenen waarom ik de diensten van La Pantera blijf betalen. De realistische reden is deze dialoog toen wij ons huis kochten:

- ‘Zo’n bewakingsdienst, is dat nodig?’

- ‘Toch wel, ja.’

- ‘Wordt hier dan soms ingebroken?’

- ‘Eigenlijk niet.’

- ‘Dus hoeven we niet een bewakingsdienst te betalen?’

- ‘Beter toch.’

- ‘Waarom dan?’

- ‘Als je La Pantera niet betaalt zou er wel bij je worden ingebroken.’

 Ik ga in tijden van Google het maffe woord niet gebruiken, ben je gek?

De romantische reden is omdat we blij zijn telkens onze bewakingsagent voorbij tuft en uitbundig zwaait. Ik ben wel elke keer bang dat zijn arm er met dat zwaaien af gaat kraken. Want… Welja, kijk, ik stel u voor aan Antonio.

 

Hij en niemand anders is het die dag en nacht met lijf en leden instaat voor onze veiligheid.

Als ik hem vraag hoe oud hij is, lacht hij de lach van een geraamte aan een galg en krast hij ‘Veel te oud!’ Dat is waar. Hij is geboren in 1931. De man die ons tegen kalasjnikovs en breekijzers zal verdedigen is éénentachtig jaar en niet bepaald gebouwd als Rambo. Hij is meer Major Burns. Als een dief per ongeluk zou niezen dreigt hij onze bewaker vier meter ver tegen een muur te kwakken. Ik weet zeker dat je met een goedgemikte fluim een gat in zijn schedel kunt schieten.

‘Als ik stop met werken ga ik dood’, legt Antonio uit. Zijn valse tanden klapperen in zijn mond die als die van een schildpad beweegt. Ik zit naast zijn frêle lijfje dat wegzinkt in zijn kleine autootje om mijn factuur te betalen. Die moet ik elke keer zelf in zijn dikke ringmap opzoeken, ‘want’, zegt hij, ‘mijn ogen zijn niet te best.’ Nee. Zijn tijd op de honderd meter is waarschijnlijk ook niet optimaal. Als hij al de eindmeet haalt.

Terwijl ik rustig controleer wat mijn buren betalen, heeft zijn boordradio al twee keer opgeroepen dat er ergens een alarm afgaat. Maar hij stelt me gerust met een opwaartse fladder van zijn linkerhand: ‘Geen paniek.’

Eerst wil hij vertellen. Dat hij een kwarteeuw in Duitsland heeft gewerkt en dat hij vijf keer is getrouwd. Hij plooit zijn vingers in zijn vuist: ‘Twee keer met een vrouw uit Spanje, dan met eentje uit C., dan eentje uit San V., en nu ben ik met ene uit Brindisi. Zeven kinderen. Twee wonen nog thuis.’

Zijn gsm gaat af. De centrale wordt lastig. En nog een keer. Hij drukt de oproepen telkens uit.

‘En ik heb nog altijd veel succes bij de vrouwen’, zegt hij. En ik geloof hem want ook Els is een beetje verliefd op hem. ‘Ik heb er bijvoorbeeld nog eentje zitten hier vlakbij in het dorp. Maar aan niemand zeggen, hé?’

Zijn gsm gaat nu continu af, de boordradio blijft zeuren.

Hij steekt zijn grote hand naar me uit: ‘Ik moet weg. Ze hebben me nodig.’

En tegen wel vijfentwintig per uur schiet onze privébewaker weer iemand te hulp.

 

juli 12, 2012
comments

Share
http://tmblr.co/ZuVj3xPBi_Mm

COMMENTS

< Vorig bericht Volgend bericht >

 

Theme by Pixel Union

  • Profile
  • Pages
  • Likes
  • Thomas Siffer

    Dag op dag tien jaar nadat wij vertrokken voor een zeilreis van drie jaar rond de wereld, verhuisden Els en ik van Gent naar Puglia om ons daar een tijdlang niet af te vragen wat we morgen allemaal moeten doen.

    Als je wil weten wanneer ik een update doe, dan kun je 'vind ik leuk' aanvinken op https://www.facebook.com/ThomasSiffer

  • Contact

    • Twitter
    • Facebook
  • RSS
  • Archief
  • contact

Stuff I Like