Intermezzo Italiano

Scroll to Top

Als een afgekloven kippenkarkas

Zal ik onmiddellijk toegeven dat ik daarnet uitgeput op ons netjes opgemaakte bed ben gaan liggen omdat ik de voorbije nacht geen oog heb dichtgedaan? Van de zorgen, maar ook van de schrik, ja.

In de verre verte donderde en bliksemde het, te vaag om duidelijk herkenbaar te zijn, zodat ik elke keer dacht een zaklamp te zien schijnen of dat een schurk in het donker tegen een tuinmeubel stootte. Eén keer ben ik met bonkend hart uit bed gesprongen; voor ik kon nadenken over welke stommiteit ik beging had ik de deur open getrokken en, terwijl Els me toesiste binnen te blijven, stond ik in mijn blote flikker loeihard ‘Hého! te roepen, tot ik besefte dat het een kat moest zijn geweest die op onze metalen vuilbak was gesprongen waarin Els na het eten de resten van de vis had gegooid.

Wat had ik gedacht? Dat dieven twee nachten op rij zouden langskomen? Twee keer per maand, dat blijkbaar wel. Maar twee nachten op rij? Komaan.

Of zal ik beginnen met vertellen hoe ik mij nu voel? Dat ik me, door de nieuwe feiten broos geslagen, door de dag sleep als een bokser die zijn kamp gisteren slechts op punten heeft gewonnen? Hij krijgt van supporters schouderklopjes omdat hij weer niet tegen de vlakte is gegaan, maar hij weet zwijgend dat de volgende tegenstander een pluimgewicht mag zijn; na één tikje van zijn vederlichte vuist zal zijn wereld al zwart voor zijn ogen worden voordat zijn wang het canvas zal voelen. Mijn volgende kamp in de hak van de laars eindigt met K.O.

Ah, Thomas Siffer, schrijf geen zulke dingen. Je verliest je weer in woorden als een tribunespeler in een dribbel teveel. Ontdoe de feiten van alle drama en vertel gewoon wat er gebeurd is.

Oké, zal ik dan het meest verbazende exposé neerschrijven dat ik sinds gisteren moest aanhoren? ‘Ja, we hebben een lijstje verdachte personen. Maar je denkt toch niet dat wij recht op hen kunnen afstappen? Maak dat soort mensen boos en ze steken je huis in brand.’ Het was de arm van de wet die me dat zei, in het kantoor waar ik aangifte van diefstal ging doen.

Of zal ik beschrijven welke stoere zinnen ikzelf alweer heb gehanteerd, uitspraken als ‘Dat zijn maar materiële dingen!’, ‘Wat mij niet kapot maakt, maakt mij sterker!’ en ‘Ik heb niets met auto’s, maar dan ook niéts!’

De feiten, Siffer. Probeer het gewoon bij de feiten te houden.

Gisterenochtend zouden Els en ik naar de markt in Ostuni gaan. Maar dat konden we niet. Want mijn hand met daarin de elektronische sleutel van onze auto bleef bevroren in het ijle hangen toen ik merkte naar wat ik aan het mikken was.

Onze BMW was als een puzzel uit elkaar gehaald. Hij stond als een afgekloven karkas op onze oprit zielig te zijn.

Ik spit even in mijn geheugen. Ik weet zeker dat ik niet heb geroepen toen ik onze auto zo toegetakeld zag. Ik weet dat ik gewoon heb gezucht. Nee, geblazen, met bolle wangen en getuite lippen. Ik heb gezegd ‘Elsje, kom je eens kijken?’ En ook zij verhief haar stem niet. Zij zei gewoon: ‘Allez kom.’ Een beetje vragend, zoals tegen een kind dat lang genoeg vervelend is geweest: ‘Allez kom, zullen we daar dan eindelijk mee stoppen?’

Ik heb hier al veel geschreven over onze champagnekleurige BMW 520d met crèmekleurige zetels. Ik weet dat er zelfs mensen zijn die mij mis begrepen en oprecht dachten dat ik wilde opscheppen met dat ding, terwijl ik alleen maar de spot wilde drijven met mijn ego omdat ik in een vlaag van zinsverbijstering dat veel te luxueus monster heb gekocht. En nog steeds afbetaal.

Maar nu hij daar zo gekrenkt stond vond ik het wel pijnlijk. Zo’n elegante auto, met zo weinig respect ontkleed. Wielen eraf, alle lichten eruit, kabels doorgeknipt, binnenpanelen losgerukt, koetswerk scheef getrokken, geen schokdemper of gril meer vooraan, batterij weg, gps-systeem gestolen…

Ik moet zeggen: de daders hebben dat goed gedaan. En vooral met lef. Terwijl mijn vrouw en ik lagen te slapen hebben ze het slot uit de deur gezaagd waarna ze de auto wat verder op onze oprit hebben geduwd. Daar, buiten gehoorsafstand, zijn ze rustig beginnen schroeven en vijzen en trekken en sleuren. Tot alle lekkere stukjes er af waren.

Het waren geen klungelaars, die dieven. Ze wisten wat ze wilden. Onderdelen. Veel onderdelen. Waarschijnlijk hadden ze een lijstje bestellingen mee.

Ik weet exact hoe ik me daar op dat moment op onze oprit voelde. Ik was opeens verschrikkelijk moe. Zo moe! Alsof iemand al mijn bloed had afgetapt. Ik stond naar het geraamte van mijn auto te kijken en ik dacht ‘Ik heb hier geen zin in.’

Of nee:

‘Ik heb hier geen zin meer in.’

(Morgen meer.)

oktober 15, 2012
comments

Share
http://tmblr.co/ZuVj3xVKVOjo

COMMENTS

< Vorig bericht Volgend bericht >

 

Theme by Pixel Union

  • Profile
  • Pages
  • Likes
  • Thomas Siffer

    Dag op dag tien jaar nadat wij vertrokken voor een zeilreis van drie jaar rond de wereld, verhuisden Els en ik van Gent naar Puglia om ons daar een tijdlang niet af te vragen wat we morgen allemaal moeten doen.

    Als je wil weten wanneer ik een update doe, dan kun je 'vind ik leuk' aanvinken op https://www.facebook.com/ThomasSiffer

  • Contact

    • Twitter
    • Facebook
  • RSS
  • Archief
  • contact

Stuff I Like