Intermezzo Italiano

Scroll to Top

(On)veiligheid is een gevoel

Wij horen vreemde geluiden ‘s nachts. We zien dingen die er niet zijn. Of misschien wel. Iemand die fluit in de velden. Een zwak schijnsel tussen de bomen. Wat is dat gebrom? Is dat een motor die draait? Of gewoon de wind tegen de ramen? We gaan rechtop zitten in ons bed en houden onze adem in om beter te kunnen horen. Nee, het is weg. Er was niets. Misschien. Ons hart klopt in onze keel.

Toen een vriend ons kwam bezoeken gisteren, hier in ons afgelegen huisje eenzaam in de verre velden, reed er een auto voor hem uit. Met vier kerels erin. Ze droegen mutsen diep over hun hoofd. Het was pikdonker en ze sloegen ons aardeweggetje in. Dit weggetje waar na zonsondergang niemand ooit komt. Waar niemand iets te zoeken heeft. Ons weggetje dat nergens naartoe leidt. Toen de vier mannen zagen dat een auto dezelfde afslag koos, keken ze achterom, stopten ze en lieten ze hem voorbij gaan.

Koukleumen die rustig een jointje wilden opsteken? Mannen met andere plannen?

Hoe reageren Italianen dan? Ze schrijven de nummerplaat op. Ze komen buiten adem op ons etentje aan en bellen onmiddellijk de politie. De vriend springt recht als we iets later de koplampen zien opdoemen, doet zoveel mogelijk huislichten uit, stormt naar buiten, probeert het automerk te zien, maar het is te donker en de auto rijdt tergend traag voorbij.

Onze Italiaanse dorpsgenoten maken zich zorgen. Dus wij ook.

Laatst kwam een auto het veld naast ons opgereden. Hij stond een tijdlang stil, met zijn verstralers op ons gericht. Wat deden die daar? Waren het jagers die wachtten op een prooi? Of dieven die het weer op ons gemunt hadden? Wij belden de politie. Zo doen ze dat hier. Toen reed de auto weg. Ons hart klopte in onze keel.

Sinds de twee diefstallen is ons leven veranderd. We zijn bang geworden. Nee, noem het ‘argwanend’. Italianen zeggen ‘Jullie zijn eindelijk minder naïef.’ We hebben ons hele alarmsysteem laten omgooien. Alle deuren en ramen zijn nu elektronisch beveiligd. Elke beweging doet een sirene afgaan. Er hangt een camera. We sluiten de deur als we binnen zijn. Ons hekken is altijd op slot.

Na een schok gaan ook mensen in Sint-Niklaas en Barcelona zich zo gedragen.

Enkele dagen geleden ging Els ‘s nachts een plasje maken en het alarm ging af. Een snerpend geluid dat ons hart deed stilstaan. Terwijl Els een versteende paniekaanval kreeg moest ik als man mijn koelbloedigste zelf blijven. Of doen alsof. Rustig in mijn badjas naar buiten. Eerst een beetje in het deurgat ‘Hé!’ en ‘Ho!’ staan roepen. Dan door de zwarte nacht en de koude wind een rondje rond het huis maken. ‘Nee schat, er is niemand.’ Niemand? Of niemand meer? Verder dan tien meter kunnen we niet in de rondte kijken. Ons hart klopte in onze keel.

‘Jullie zijn gek om te wonen waar jullie wonen.’ We horen dat al sinds de eerste dag dat we dit huis kochten. Hier in het zuiden klitten mensen samen, zeker ‘s nachts. Je woont niet in je eentje tussen de boomgaarden. Je slaapt niet ‘in de woestijn’. Je gaat samen schuilen in een stad. Niet zo lang geleden, horen we nu, durfden mensen in deze streek na zonsondergang hun huis niet uit. Hier werden auto’s door struikrovers overvallen. Dit was het territorium van dieven, smokkelaars en ander gespuis.

Nog steeds. Minder, maar nog. Maar in de Belgische grensstreek met Frankrijk is het erger wonen nu, denk ik.

Vorige week. Ik lig nog wat te lezen in bed. Els slaapt. What the fuck? Was dat het schijnsel van koplampen? Al mijn zintuigen op scherp. Luisterend. Wachtend. Ja, dat is de motor van een auto! Of nee, toch niet. Stilte. En dan opeens, voetstappen. Op ons terras. Godallemachtig. Dan naast onze kamer. Alsjeblieft, nee. En plotseling het schijnsel van een zaklamp over ons gordijn. Dieven! Daar zijn ze weer! Ik weet niet waarom, maar dan ga ik luid schreeuwen.

‘C’è La Pantera!’, schreeuwde de man van de bewakingsdienst terug. Hij was even hard geschrokken als ik. Ons hart klopte nog lang in onze keel.

Onveiligheid is een gevoel.

Ik schrijf dit naast onze houtkachel. Mocht je gezelligheid kunnen verpakken, dan was ik nu stinkend rijk. Els staat op uit de zetel, tuurt even naar buiten in het diepe zwart van een winternacht en ziet alleen maar haar reflectie in het raam. Vermoedt ze iets? Er is nochtans niets daarbuiten.

Of misschien wel?

december 22, 2012
comments
1 notitie

Share
http://tmblr.co/ZuVj3xZuxlSS

1 notitie

  1. achtermijnogen vindt dit leuk
  2. intermezzo-italiano heeft dit geplaatst

COMMENTS

< Vorig bericht Volgend bericht >

 

Theme by Pixel Union

  • Profile
  • Pages
  • Likes
  • Thomas Siffer

    Dag op dag tien jaar nadat wij vertrokken voor een zeilreis van drie jaar rond de wereld, verhuisden Els en ik van Gent naar Puglia om ons daar een tijdlang niet af te vragen wat we morgen allemaal moeten doen.

    Als je wil weten wanneer ik een update doe, dan kun je 'vind ik leuk' aanvinken op https://www.facebook.com/ThomasSiffer

  • Contact

    • Twitter
    • Facebook
  • RSS
  • Archief
  • contact

Stuff I Like