Vliegfolklore
Dankuwel meneer van Ryanair dat je de regionale subsidies zo weet te melken en de wetgevingen zo weet te omzeilen dat je vluchten zo goedkoop zijn dat wij vanuit Brindisi nog twee uur lang een brok Zuid-Italië mee kunnen smokkelen naar Charleroi. Want elke keer zit ons vliegtuig vol weinig vermogende zielen die nog nooit gevlogen hebben, familie van arme Italiaanse immigranten die ons Belgen hebben helpen rijk maken en die nog een laatste keer hun nonkel of verre nicht willen zien voordat het licht uitgaat.
In de vertrekhal stond deze keer een bejaard vrouwtje met nylon kousen tot halfweg haar kuiten minutenlang te turen naar een showprogramma op televisie tot ze mij vriendelijk vroeg waneer het nummer van haar vlucht daarop zou verschijnen. Een familie schreeuwde zenuwachtig tegen elkaar op omdat ze naar Mons moesten en omdat nergens ‘Mons’ op een scherm stond. ‘Het vliegtuig is al weg! We zitten op de verkeerde luchthaven!’ Ik ben dan als een herder die de kudde tot rust probeert te brengen. ‘U moet hier aanschuiven, mensen, voor het vliegtuig naar Charleroi.’ - ‘Maar wij moeten naar Mons!’ - ‘Ja, maar eerst naar Charleroi.’
De rest is slapstick. Op het vliegtuig wil de helft zijn bagage op de schoot houden omdat ze bang zijn dat de andere helft hun koffer zal stelen. Hun dikke jassen, sjaals en mutsen houden ze aan omdat ze weten dat het daarboven ferm kan waaien. Picknicks worden uit papier gewikkeld alsof ze op een vrachtschip naar Amerika zitten, de geur van kaas en salami slaat je in het gezicht. En ook al zitten ze vier rijen van elkaar, toch zullen Italianen met elkaar converseren. Schreeuwen, dus.
‘Eh nee mevrouw, nee, nee. We zitten in het vliegtuig. Ik zal goed voor haar zorgen’, sputterde een jongen via zijn gsm nog tegen. Maar het baatte niet. Hij en zijn vriendin waren als laatste op het vliegtuig gestapt. Ze haakten hun gsm dikwijls in, maar blijkbaar was de mama van het meisje zeer volhardend, want twee seconden later rinkelde hun telefoon alweer. Lang verhaal kort: het meisje, intussen in tranen, snikte, ‘Maar mama! Maar mama! Oké, oké, ik kom terug.’ Lang verhaal nog korter: meisje zegt dat ze wil uitstappen, dat ze moét uitstappen, van haar mama. Een heel gedoe. Stewards: ‘Maar de deuren zijn al dicht, de trappen zijn al weg!’ Uiteindelijk heeft de piloot het vertrek afgeblazen, en is het meisje van het vliegtuig gestapt. Haar vlucht met haar liefje was mislukt. Haar mama had haar teruggeroepen. Alle passagiers hadden van het spektakel genoten.
‘SIT DOWN! SIT DOWN!’ In Charleroi was de landing bruusk. Ruige regenbui buiten. Maar de stewards konden roepen wat ze wilden, de Italianen begrepen hen niet. Nog terwijl de motoren van het vliegtuig op een kleddernatte landingsbaan tegengas gaven, stonden een twintigtal passagiers in het gangpad klaar om uit te stappen. Een oud vrouwtje kletste languit op de grond toen het vliegtuig hard moest remmen, bagage dreigde uit de geopende rekken te vallen. ’SIT DOWN! SIT DOWN!’ En iedereen die recht ging staan toen het vliegtuig nog tegen honderdtachtig over de baan scheurde, want ja, als zij het mogen, wij dan ook.
Toen waren we weer in België. Het land van de lage hemel en de zure gezichten.
1 notitie
-
rosiezed vindt dit leuk
-
achtermijnogen vindt dit leuk
-
intermezzo-italiano heeft dit geplaatst